De schaamte zit bij ons, niet bij hen

DOOR: NAOMI DESSAUR 22 MAART 2019

De seksuele opvoeding van jonge kinderen blijven veel ouders ongemakkelijk vinden, ziet Naomi Dessaur, ook al willen ze dat hun kind weerbaar opgroeit. Op 18 maart ging op 2500 scholen de projectweek Lentekriebels van start. Deelnemende scholen gaven de afgelopen dagen les over weerbaarheid, relaties en seksualiteit. 

Hoewel aandacht voor de seksuele opvoeding op scholen van belang is, moeten ouders de schaamte overwinnen. Ouders vinden het regel­matig lastig seksualiteit en intimiteit op de agenda te zetten. Wanneer binnen het gezin niet normaal over seksualiteit gesproken kan worden, lopen kinderen een groter risico op vervelende seksuele ervaringen. Als kinderen zich thuis veilig voelen om thema’s rond seksualiteit open te bespreken, zullen ze sneller herkennen wanneer een situatie oké of juist niet oké is. Kinderen krijgen zo een sterk ‘seksueel bewustzijn’.

Een goede seksuele vorming en opvoeding is volgens Wereldgezondheidsorganisatie WHO niet zonder effect. Jongeren blijken hierdoor onder andere de eerste keer langer uit te stellen, een positievere seksuele beeldvorming en beleving te kennen, minder risicogedrag te vertonen en hebben minder kans ooit slachtoffer te worden van seksueel misbruik dan jongeren die weinig tot geen seksuele opvoeding kregen.

Curlingouders

Als ‘curlingouders’ bereiden we onze kinderen vroegtijdig voor op allerlei zaken. We leren hen zichzelf te verzorgen, met anderen om te gaan en veilig aan het verkeer deel te nemen. Maar het seksuele verkeer slaan we over, terwijl dit zo’n belangrijk onderdeel uitmaakt van het leven. We leren kinderen niet, te beperkt of te laat over de eerste keer vrijen, veranderingen in hun lijf of de mogelijke twijfels over seksuele geaardheid. Het bevorderen van de (seksuele) weerbaarheid, het leren herkennen van de eigen grens en die van de ander is cruciaal.

Taboe

Als het over seksualiteit en kinderen gaat, zeggen ouders met jonge kinderen al snel dat het onderwerp bij hen nog niet speelt. Seksuele opvoeding is toch voor pubers? Pas wanneer ouders begrijpen dat seksualiteit ook over het lijf, intimiteit en lichaamsbewustzijn gaat, wordt duidelijk dat seksuele voorlichting als rode draad door de gehele opvoeding heen moet lopen. Dat kan vanaf de babytijd. 

En natuurlijk, er is (terecht) veel maatschappelijke verontwaardiging als er een groot schandaal opduikt in een kinderopvang of zwembad of als een spraakmakende documentaire zoals Leaving Neverland op tv is, waardoor het thema seksueel geweld uitgebreid aan de orde komt. Toch zijn de thema’s seksualiteit en seksueel geweld typisch onderwerpen waarbij we doorgaans als samenleving wegkijken. En dat heeft te maken met het taboe rond seksualiteit. Wij als volwassenen doen er nog steeds ongemakkelijk over.

Wanneer het gaat om kinderen en seksualiteit, klappen we dicht. Dat moet en kan anders

Praten met je kind over seksualiteit doe je direct wanneer het kind daar aanleiding toe geeft. Ouders willen allemaal dat hun kind weerbaar opgroeit, voor zichzelf durft op te komen en dat het later niet uit eigen ervaring over #MeToo kan meepraten. Daarom moet seksualiteit, het eigen lijf, intimiteit en het wel of niet aangaan van (intieme) rela­ties een vast onderdeel in het onderwijs én de opvoeding zijn. Willen ouders dat hun kind zelfverzekerd en weerbaar opgroeit, met het vertrouwen dat ze bij hen terecht kunnen om over gevoelige zaken te praten, dan kunnen ze niet wegkijken en dit alleen aan school overlaten. 

Gelukkig geven kinderen al jong aanleiding door zelf vragen te stellen over piemels, vagina’s, hun lijf, grenzen, zoenen of verliefd zijn. De schaamte zit bij ons, niet bij hen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *